IJslander

IJslanders of IJslandse paarden worden al meer dan duizend jaar raszuiver gefokt. Toen aan het einde van de 9e eeuw de eerste inwoners op IJsland kwamen wonen waren daar geen paarden. De Vikingen namen paarden en andere huisdieren mee uit de gebieden waar ze vandaan kwamen, vooral uit Noorwegen maar ook van de Schotse eilanden.
De IJslander is eeuwenlang gebruikt als rijpaard en als pakpaard, onder andere voor het vervoer van de post, voor het bijeendrijven van schapen en als vervoermiddel voor de mens, maar ook - recenter - als sportpaard bij gangenwedstrijden en races.
Naast de drie basisgangen stap,draf en galop kan een IJslander zich in vier en soms in vijf gangen voortbewegen. Deze gangen heten tölt en telgang.
De voetvolgorde van tölt is gelijk aan die van stap. Het verschil zit echter in het optillen en neerzetten van de hoeven. Gevolg hiervan is, dat het paard in stap afwisselend op twee of op drie benen staat en in tölt op twee benen of op één been tegelijk steunt. In tölt draagt het paard zijn hoofd en hals hoog. Er ontstaat een trotse beweging, versterkt door het ritmisch meedansen van de staart. Het gewicht wordt voornamelijk door de achterhand gedragen, zodat de voorbenen en schouders vrij kunnen bewegen. Bij zeer goede tölters gaat dit gepaard met een hoge knieactie. Behalve spectaculair is de tölt op de eerste plaats een comfortabele gang, zowel voor het paard als voor de ruiter. Om aan te tonen hoe rustig de ruiter in het zadel zit, wordt in tölt-demonstraties vaak met één hand gereden, met in de andere hand een vol glas bier.