Voeropname & vertering
Bij paarden wordt het opgenomen voer, nadat het gekauwd is, in de maag en dunne darm door enzymen gedeeltelijk afgebroken en dan in de omvangrijke dikke darm en blinde darm door bacteriën verder verteerd. Voor een goede vertering is goed kauwen en dus een goed gebit van belang. Ook is de productie van speeksel van invloed op het verteringsproces. De maag van het paard is relatief klein. De inhoud varieert, afhankelijk van de grootte van het dier, van 10 tot 25 liter. Dit betekent dat het paard niet in staat is in korte tijd veel voer naar binnen te werken. Het is daarom raadzaam om het rantsoen gespreid over de dag te geven, bijv. ‘s morgens een kwart, ‘s middags een kwart en ‘s avonds de helft. Bij paarden die grote prestaties moeten leveren en dus veel voer moeten opnemen, is het beter om nog vaker dan driemaal daags te voeren.
De voedingsstoffen kunnen in vier belangrijke groepen worden onderverdeeld:
1. Water
2. De ‘eigenlijke’ voedingsstoffen
3. Mineralen
4. Vitaminen
5. Gist
