Tips
| 1. | Het verteringsapparaat van het paard is betrekkelijk klein en erg gevoelig (koliek); verstrek het krachtvoer daarom in minimaal 2 à 3 voederbeurten per dag. |
| 2. | Op rustdagen is het verstandig om de krachtvoergift te minderen. |
| 3. | Vergeet nooit voldoende vers en schoon drinkwater ter beschikking te stellen. |
| 4. | Geef geen grote hoeveelheden voer vlak voor de arbeid: ‘Een volle maag werkt niet graag’. |
| 5. | Naast haver of andere granen altijd krachtvoer geven om de mineralenbalans te herstellen en om voor aanvulling van vitaminen zorg te dragen. |
| 6. | Het toedienen van extra vitaminen en mineralen naast krachtvoer is onder normale omstandigheden overbodig en ongewenst. Alleen in gevallen van slechte conditie en /of ziekte en bij enorme inspanning kan bijvoeren van deze preparaten effect hebben. |
| 7. | Ruwvoer mag niet broeien, beschimmeld of stoffig zijn. Voer geen bevroren voedermiddelen en geef niet te veel koud water ineens. |
| 8. | Bemest de paardenweide niet te zwaar met stikstof, maar gebruik altijd mengmest in matige hoeveelheden. |
| 9. | Ontworm de paarden regelmatig. Veulens na 1 week en oudere paarden tenminste ieder kwartaal. |
| 10. | Wilt u adviezen over de voeding van paarden of over andere zaken op het gebied van diervoeding, neem dan contact met ons op. |


