Voeropname mineralen

 

3. Mineralen

Mineralen zijn stoffen, die na verbranding van de organische stoffen als ruwe as overblijven. Mineralen vormen het hoofdbestanddeel van de beenderen, zachte weefsels en lichaamsvloeistoffen. Bij de mineralen gaat het vooral om calcium (Ca), fosfor (P) en hun onderlinge verhouding. Deze verhouding tussen Ca en P moet liggen op ongeveer 1,5 tot 2 : 1. Veel in de praktijk gebruikte voedermiddelen hebben een Ca/P verhouding, die kleiner is dan 1, dit kan aanleiding zijn voor relatief of absoluut calciumgebrek, bijv. bij uitsluitend voeren van granen.
Naast kalk en fosfor moet voldoende aandacht worden besteed aan de zoutverstrekking (NaCl). Vooral matige tot zware arbeid, waarbij veel zweet wordt geproduceerd, en melkproductie leiden tot een aanzienlijke verhoging van de natrium- en chloorbehoefte. Belangrijke sporenelementen zijn: ijzer, koper, jodium, zink, mangaan, selenium en cobalt. Tekorten en/of overmaat kunnen leiden tot allerlei ziekten.

De voedingsstoffen:

1. Water
2. De ‘eigenlijke’ voedingsstoffen
3. Mineralen
4. Vitaminen
5. Gist