Home > Over HippoStar > Voeding en verzorging > Voedingsstoffen

Voedingsstoffen

Paardenvoer bevat veel voedingsstoffen. Op de verpakking en in folders worden deze aangeduid als ruw eiwit, ruw vet, ruwe celstof, ruw as (of mineralen), spoorelementen, vitaminen enz.. Maar waar dienen al deze voedingsstoffen voor? Voedingsstoffen zijn nodig voor onderhoud en productie en/of prestatie. In dit verband spreken we van bouwstoffen en brandstoffen. Bouwstoffen zijn nodig voor groei, ontwikkeling en instandhouding van het lichaam en bestaan uit eiwitten, vitaminen, mineralen en spoorelementen. Brandstoffen leveren energie en bestaan uit koolhydraten en vetten.

Een deel van de voedingsstoffen kan worden opgeslagen in het lichaam voor later gebruik. Wanneer er te weinig of niet compleet wordt gevoerd, zal het lichaam de ontbrekende voedingsstoffen uit de lichaamsreserves halen. Op den duur zal het betekenen dat het dier tekorten krijgt.

Eiwit

Eiwit wordt in het hele maag-darmkanaal afgebroken tot aminozuren en stikstof. Aminozuren worden echter alleen in de dunne darm opgenomen. De aminozuren die in de dikke darm vrijkomen, kan het paard niet benutten, maar de bacteriën benutten het wel. Alle aminozuren hoeven niet via het voer te worden verstrekt. Sommige aminozuren worden door bacteriën in het paard zelf aangemaakt (zogenoemde niet-essentiële aminozuren). Aminozuren zijn de hoofdcomponenten voor spieren, enzymen en vele hormonen. Er bestaan 22 verschillende aminozuren.

Vet

Een paard is heel efficiënt in het afbreken en opnemen van plantaardige oliën. Dit gebeurt vooral in de maag en de dunne darm. Vetten leveren heel veel energie. Daarom krijgen paarden die werk doen dat ze lang achter elkaar moeten volhouden (meer dan 3 uur training), een vetrijk rantsoen. Vet is pure energie, maar er is veel tijd nodig om vet naar bruikbare energie voor de spieren om te zetten. Een paard heeft een paar weken nodig om te wennen aan vet in het voer. Wijzig het rantsoen dus geleidelijk. Teveel vet, dat wil zeggen meer dan 4 tot 6 procent vet in het gehele rantsoen, kan het werk van bacteriën in de dikke darm verstoren en diarree geven.
Vet vervult de volgende functies in het lichaam van een paard:

  • een bron van essentiële vetzuren;
  • een bron van geconcentreerde energie;
  • een oplosmiddel voor de vetoplosbare vitaminen A, D, E en K.

Celstof

Ruwe celstof levert energie voor de lange termijn. Twintig uur na een flinke dosis ruwvoer is de maaltijd pas volledig omgezet in bruikbare brandstof voor je paard. Ruwe celstof is tevens de onmisbare stimulator van de darmen. Zetmeel en suikers leveren snel, stootsgewijs en kortstondig energie die het paard meteen kan aanspreken. De energie uit ruwe celstof daarentegen komt geleidelijk beschikbaar. Bacteriën in de dikke darm zorgen ervoor dat ruwe celstof wordt omgezet in vluchtige vetzuren als azijnzuur, boterzuur en propionzuur. Deze vluchtige vetzuren in de bloedbaan dienen als energiebron voor de organen, spieren en zenuwen. Ruwvoer bevat, zoals de naam al doet vermoeden, een hoog percentage aan ruwe celstof.

Mineralen en sporenelementen

De anorganische stof (as) wordt ook wel aangeduid als de mineralen. Mineralen zijn de bouwstoffen die het lichaam nodig heeft en – net als vitaminen – niet zelf kan aanmaken. Mineralen moeten dus via de voeding worden verstrekt. Heel veel enzymen hebben mineralen nodig om te kunnen werken. Maar mineralen hebben meer functies. Ze zorgen voor transport van zuurstof naar de cellen, ze spelen een rol bij de groei, ze zorgen voor instandhouding en herstel van weefsel, voor het samentrekken van de spieren, de werking van zenuwen en de energiehuishouding. Mineralen kunnen worden verdeeld in twee soorten. Van de ene soort heeft het lichaam dagelijks een redelijke hoeveelheid nodig (macro-elementen) en de andere soort mineralen waarvan maar een heel klein beetje nodig is (micro-elementen) en die ook spoorelementen worden genoemd. De macro-elementen worden opgegeven in grammen en zijn bijvoorbeeld K, Na, Ca, Mg, P, Cl, S. Spoorelementen worden meestal weergegeven in milligrammen en zelfs soms in duizendste van milligrammen (microgrammen), bijvoorbeeld I, Cu, Co, Zn, Mn, Fe.

Calcium (Ca) is vooral belangrijk bij de botvorming. Daarnaast speelt het een rol bij de bloedstolling, de spiersamentrekking en de hartfunctie. Ook wordt de werking van het zenuwstelsel er door bevorderd. Van het in het lichaam aanwezige calcium bevindt 99% zich in de tanden en botten. Van de hoeveelheid calcium in het lichaam wordt jaarlijks 20% vervangen. Deze opname kan alleen plaatsvinden als er voldoende vitamine D in het lichaam aanwezig is.

Chloor (Cl) handhaaft de osmotische waarde en zuurgraad in het maagsap, oftewel chloor is essentieel voor de productie van maagsap. Daarnaast activeert chloor de reinigende werking van de lever en helpt het bij de afvoer van afvalstoffen. Ook speelt het een rol bij de uitscheiding van koolstofdioxide door de longen en is het betrokken bij het transport van hormonen en onderhouden van de gezondheid van pezen en gewrichten.

Chroom (Cr) is van belang bij het stofwisselingssysteem van koolhydraten. Het verbetert de omzetting van koolhydraat tot nuttige energie (reguleert de omzetting van insuline).

Fosfor (P) komt voor in het skelet van het paard. De botten bestaan uit 14-17% fosfor. Ook is fosfor nodig bij de energiestofwisseling en voor talrijke cellulaire functies. De verhouding tot calcium (Ca) is belangrijk, omdat teveel aan calcium de opname van fosfor drukt en omgekeerd. De verhouding Ca:P mag niet lager zijn dan 1:1 en niet hoger dan 6:1, met een voorkeur van 1,5-3,5 Calcium : 1 Fosfor.

Jodium (I) is betrokken bij de synthese van schildklierhormonen (afgifte van thyroxine, dat weer noodzakelijk is voor de stofwisseling). Van alle in het lichaam aanwezige jodium is 65% opgeslagen in de schildklier. Het paard heeft het nodig voor het behoud van gezonde hoorn, huid en haar.

Kalium (K) regelt samen met natrium (zout) de waterhuishouding in het lichaam. Natrium houdt het vocht vast, kalium laat het los.

Koper (Cu) is van groot belang bij de verwerking van vitamine C. Het wordt snel in het bloed opgenomen en is bovendien een antioxidant. Bovendien is koper nodig voor het omzetten van ijzer in hemoglobine en vorming van pigment. Daarnaast is koper essentieel voor meerdere koper-afhankelijke enzymen, die te maken hebben met het behoud van de veerkracht van bindweefsels. Koper speelt een rol bij vaatvorming en skeletontwikkeling. Het kopermetabolisme wordt sterk beïnvloed door zink. Een zekere hoeveelheid zink is noodzakelijk, maar te veel zink kan de beschikbaarheid van koper beperken.

Kobalt (Co) is essentieel voor de vorming van vitamine B12 in het lichaam. Vaak wordt ijzertekort veroorzaakt door een tekort aan kobalt. Het is van groot belang voor de rode bloedlichaampjes alhoewel er maar heel weinig nodig is per dag.

Magnesium (Mg) wordt ook wel het antistress-mineraal genoemd. Het is een belangrijke voedingsstof voor de hersenen en het verhoogt de weerstand tegen stress. Verder is het betrokken bij het vrijmaken van energie uit voeding, het goed functioneren van de zenuwen en de spieren, helpt het bij de vorming van botten en bevordert het de gezondheid van hart en bloedvaten. Magnesium is nodig voor de opname van calcium in de botten.

Mangaan (Mn) is belangrijk voor de stofwisseling van koolhydraten en vet. Daarnaast heeft het invloed op de kraakbeenvorming en voortplanting. Mangaan is net als koper een antioxidant.

Selenium (Se) is van belang als antioxidant, onder andere om de oxidatie van onverzadigde vetzuren tegen te gaan. Het dient ter ondersteuning van spierfunctie, de werking van vitamine E en beschermt spiervezels tegen beschadigingen

IJzer (Fe) is van groot belang voor elk paard dat zware arbeid en andere activiteiten verricht. Spieren hebben namelijk zuurstof nodig om beter en langer te werken. Zuurstof wordt naar de spieren vervoerd door de rode bloedlichaampjes. Daarvoor hebben de rode bloedlichaampjes ijzer nodig.

Zink (Zn) is betrokken bij de stofwisseling van eiwitten en koolhydraten. Daarnaast ook bij de regulatie van huidfuncties en de opbouw van de huidstructuur en haargroei. Onmisbaar voor de ontwikkeling van een goed immuunsysteem, zoals de genezing van wonden en afweer tegen infecties.

Vitaminen

Vitaminen zijn stoffen die in geringe hoeveelheden in de voeding voorkomen. Het zijn voedingscomponenten, die in tegenstelling tot de voedingsstoffen (koolhydraten, vetten en eiwitten) geen energie leveren, maar die wel essentieel zijn voor een goed verloop van de stofwisseling (metabolisme).
Er zijn twee grote groepen vitaminen te onderscheiden, de vetoplosbare en de wateroplosbare vitaminen. Tot de categorie vetoplosbare vitaminen behoren de vitaminen A, D, E en K.

Vetoplosbare vitaminen

Vitamine A (Retinol en bèta-caroteen)
Vitamine A zorgt voor de weerstand en vruchtbaarheid van het paard. Daarnaast is het goed voor ogen, botten, tanden, huid- en hoornweefsel. Vitamine A helpt bij de groei. Een paard maakt dit zelf aan uit caroteen. Wortelen, luzerne en kunstmatig gedroogd gras zijn rijk aan deze antioxidant. Paarden slaan zelf een soort ‘voorraadje’ vitamine A op in de lever.

Vitamine D (Cholecalciferol / Ergocalciferol)
Onder invloed van de zon maakt de huid van een paard zelf vitamine D aan. Deze vitamine zorgt ervoor dat het lichaam calcium opneemt. En calcium is weer goed voor de botten. De vitamine helpt ook bij de opname van andere mineralen en zorgt voor de juiste calcium- en fosforverhouding in het bloed. Via zijn eigen productie en via krachtvoer en zongedroogd hooi krijgt het paard voldoende vitamine D binnen. Veulens zijn veel gevoeliger voor een gebrek aan deze vitamine dan volwassen paarden.

Vitamine E (Tocoferol)
Vitamine E zorgt voor een goede bloedsomloop, bescherming van de cellen tegen gifstoffen en het geven van een goede spierfunctie. Ook is deze vitamine van belang voor de vruchtbaarheid. Het helpt tevens herstellen na grote inspanning. De vitamine zit in tarwekiemolie, maïsolie, sojaolie en zonnebloemolie. De E-vitamine wordt opgeslagen in lichaamsvet.

Vitamine K (Fyllochinon)
Vitamine K is onmisbaar bij de vorming van verschillende bloedstollingscomponenten en dus ook voor de bloedstolling. Een tekort aan deze vitamine is bijna niet mogelijk. Een paard maakt het namelijk zelf aan in zijn dikke darm.

Wateroplosbare vitaminen

B-vitaminen
Deze vitaminen zijn terug te vinden in granen en vers groenvoer. Ze helpen bij het opnemen en omzetten van koolhydraten, eiwitten en vet. Een tekort leidt tot gewichtsafname, vermoeidheid en een verminderde werklust. Een paard heeft ook moeite om zich te herstellen na zware arbeid. Sportpaarden kunnen daarom ook wel wat extra van deze vitaminen gebruiken.

Vitamine C (L-Ascorbinezuur)
Een paard maakt zelf vitamine C aan. Het is belangrijk voor de aanmaak, het onderhoud en het herstel van botten en bindweefsel. Extra bijvoeren is niet noodzakelijk, hooguit bij jonge paarden die last hebben van veel stress. Een overdaad aan vitamine C wordt weer afgescheiden.

Vitamine H (Biotine)
Vitamine H is nodig voor groei, botontwikkeling, voortplanting en voor de stofwisseling van de huid (intact houden van de huid). De beschikbaarheid van biotine in het rantsoen is in een groot aantal voedermiddelen (tarwe, gerst, haver) beperkt. Vers gras is een goede biotine bron, evenals luzerne. Het verstrekken van biotine kan leiden tot een grotere hardheid van de hoornwand.

Gist

Veel paarden krijgen heel wat krachtvoer te verwerken. Sportpaarden behoren tot deze groep, maar ook drachtige en lacterende merries. De granen worden vooral in de dunne darm omgezet van zetmeel naar glucose. Wanneer per maaltijd meer granen gevoerd worden dan de dunne darm kan verwerken, worden deze doorgeschoven naar de dikke darm. In de dikke darm zal dan de zuurtegraad (pH) dalen (verzuring) waardoor micro-organismen minder werken en zal er een slechtere vertering ontstaan. Goede bacteriën zorgen voor het fermenteren van de vezels. Deze vezels worden vervolgens omgezet in energie wat het paard weer kan gebruiken. Het is van belang dat het voer van een paard zo goed mogelijk wordt verteerd, daar zitten immers de voedingsstoffen in. De metabolieten en andere componenten in gist voeden de goede bacteriën, waardoor deze toenemen in aantallen en daardoor bevordert gist een goede fermentatie van de vezels. Verder zorgt gist voor een microbisch evenwicht in de darm om verteringsstoornissen te voorkomen en zo de prestaties van het paard te verbeteren. Bovendien vindt een paard gist nog smakelijk ook. Gist zorgt dus voor een optimale vertering van ruwe celstof, een optimale opname van mineralen, een optimale productie van vitaminen B, een optimaal rendement van het totale voer en last but not least, een verminderde kans op koliek.

Back to Top